5 min

Welke nieuwigheden in de aangifte personenbelasting hebben een impact op uw beleggingsportefeuille ?

Het aangifteformulier personenbelasting voor aanslagjaar 2019 (kalenderjaar 2018) is onlangs in het Belgisch Staatsblad verschenen. In vergelijking met vorig jaar dienen beleggers rekening te houden met volgende twee nieuwigheden: een belastingvrijstelling voor ontvangen dividenden en een meldingsplicht inzake het aanhouden van effectenrekeningen.
Welke nieuwigheden in de aangifte personenbelasting hebben een impact op uw beleggingsportefeuille ?
Welke nieuwigheden in de aangifte personenbelasting hebben een impact op uw beleggingsportefeuille ?

Het aangifteformulier personenbelasting voor aanslagjaar 2019 (kalenderjaar 2018) is onlangs in het Belgisch Staatsblad verschenen. In vergelijking met vorig jaar dienen beleggers rekening te houden met volgende twee nieuwigheden: een belastingvrijstelling voor ontvangen dividenden en een meldingsplicht inzake het aanhouden van effectenrekeningen.

  • Een nieuwe belastingvrijstelling voor ontvangen dividenden.
  • Een nieuwe meldingsplicht inzake het aanhouden van effectenrekeningen.

Eén van de nieuwe maatregelen uit het Zomerakkoord is een vrijstelling van belasting op maximum EUR 640,00 aan ontvangen dividenden, hetzij een maximale belastingbesparing van EUR 192,00 (= EUR 640 x 30%). Deze vrijstelling werd echter niet aan de bron toegepast, door niet-inhouding van de roerende voorheffing (RV), maar moet door de beleggers in de aangifte personenbelasting geclaimd worden.

Welke ontvangen dividenden komen in aanmerking ?

De vrijstelling geldt enkel t.a.v. dividenden uit individuele aandelen. Uitgesloten zijn:

  • dividenden uitgekeerd door of verkregen door tussenkomst van zgn. juridische constructies;
  • uitkeringen door distribuerende instellingen voor collectieve belegging (SICAV, BEVEK, …);
  • dividenden verkregen door tussenkomst van gemeenschappelijke beleggingsfondsen (FCP, …).

Voor het overige is het aan de belegger om te bepalen voor welke dividenden hij de vrijstelling wil opeisen. Het is irrelevant of op die dividenden reeds RV is ingehouden. Voor beide situaties is immers een eigen methodiek voorzien.

Hoe moet de vrijstelling gevraagd worden ?

Indien de dividenden reeds onderworpen zijn geweest aan RV, moet de vrijstelling gevraagd worden via de nieuwe codes 1437-18/2437-85. In deze code(s) moet dan het bedrag aan ingehouden RV vermeld worden (à maximaal EUR 192,00/pp). Het corresponderende bedrag aan dividenden mag nergens aangegeven te worden.

Indien de dividenden niet onderworpen zijn geweest aan RV (bijv. ingevolge inning bij een buitenlandse bank), moet het bedrag aan ontvangen dividenden (à maximaal EUR 640,00/pp) in mindering gebracht worden van de overige verplicht aan te geven roerende inkomsten.

Let wel, hoewel het uiteraard ieders recht is om die vrijstelling op te eisen, heeft e.e.a. natuurlijk wel een gedeeltelijke prijsgave van anonimiteit omtrent het belegd roerend vermogen tot gevolg.

Voor de volledigheid: het bedrag van de vrijstelling is m.i.v. aanslagjaar 2020 (kalenderjaar 2019) opgetrokken tot EUR 800,00.

Reeds jaar en dag moet melding gemaakt worden van het aanhouden van rekeningen of levensverzekeringen in het buitenland of van zgn. juridische constructies. In hetzelfde vak van het aangifteformulier is een nieuwe meldingsplicht toegevoegd.

Er wordt vanaf nu ook gevraagd: “Bent u van 10.3.2018 tot 31.12.2018 titularis geweest van meer dan één effectenrekening (…) ?”.

Merk op dat het hier irrelevant is (1) of de rekening in België of in het buitenland is aangehouden en (2) of er al dan niet reeds effectentaks werd ingehouden. Tevens valt op dat de periode waarvan sprake in de aangifte personenbelasting niet gelijkloopt met het belastbaar tijdperk voor de effectentaks (à eindigde op 30 september 2018).

Deze vraag – en het antwoord erop – moet gezien worden in het kader van (de controle van) de verplichting voor beleggers om zelf via een afzonderlijk formulier aangifte van effectentaks te doen, indien zij in totaal voor meer dan EUR 500.000,00 aan kwalificerende effecten hebben die op verschillende effectenrekeningen staan, maar waarop de effectentaks nog niet integraal werd ingehouden.

Voor verdere toelichting hieromtrent verwijzen wij ook naar onze eerder gepubliceerde artikels:

Dirk Denies
Tax manager - Estate Planner
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.