5 min

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de speculatietaks?

Op 1 januari 2016 is de speculatietaks van kracht geworden. U leest hier een korte samenvatting van de belangrijkste kenmerken van deze nieuwe belasting.
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de speculatietaks?
Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de speculatietaks?

Op 1 januari 2016 is de speculatietaks van kracht geworden. U leest hieronder een korte samenvatting van de belangrijkste kenmerken van deze nieuwe belasting. We geven u al wel mee dat er over sommige deelaspecten van deze taks nog heel wat onduidelijkheid bestaat. Reparatiewetgeving en administratieve toelichting zullen hopelijk binnenkort meer helderheid scheppen.

Tarief: 33%

Onderworpen belastingplichtigen: Natuurlijke personen die bankieren in België. Niet onderworpen zijn vennootschappen en andere rechtspersonen, zoals vzw’s e.d.

Voorwerp: meerwaarden gerealiseerd n.a.v. de overdracht ten bezwarende titel binnen de zes maanden na verwerving, op:
  1. beursgenoteerde aandelen, winstbewijzen en aandelencertificaten,
  2. beursgenoteerde opties,
  3. beursgenoteerde warranten en
  4. beursgenoteerde andere financiële instrumenten.

Wat de opties, warranten en andere financiële instrumenten (futures, turbo's, speeders, sprinters) betreft: deze vallen enkel in het toepassingsgebied van de speculatietaks, indien het onderliggende actief uitsluitend uit beursgenoteerde aandelen bestaat.

Aandelenfondsen en ETF/Trackers worden niet geviseerd door de speculatietaks, net zomin als de gereglementeerde vastgoedvennootschappen en de 'gereglementeerde aandelenopties' (toegekend aan werknemers, e.d. - cfr. Wet 26/3/1999). Ook converteerbare obligaties zijn uitgesloten, zolang ze niet geconverteerd zijn.

Bijzondere gevallen:

  • beursgenoteerde aandelen, opties, ... die men via schenking gekregen heeft en verkoopt binnen de zes maanden nadat de schenker ze heeft gekocht, vallen eveneens onder het toepassingsgebied van de speculatietaks. Verkrijging ingevolge overlijden is niet geviseerd.
  • ook bij "short selling" is de speculatietaks verschuldigd, indien er minder dan zes maanden zijn verlopen tussen de (ongedekte) verkoop en de (daaropvolgende) aankoop.

Indien de belegging op verschillende tijdstippen werd aangekocht, moet het LIFO-principe (“last in, first out”) toegepast worden.

Belastbare grondslag: het positieve verschil tussen enerzijds de ontvangen verkoopprijs na aftrek van Belgische beurstaks en anderzijds de betaalde prijs inclusief de Belgische beurstaks. Buitenlandse belastingen noch transactiekosten zijn aftrekbaar.
T.a.v. effecten die niet in EUR noteren, dient de meerwaarde berekend te worden in de originele munt en vervolgens omgerekend te worden a.d.h.v. de wisselkoers op de dag van verkoop.

Minderwaarden zijn in principe niet aftrekbaar.
Enkel indien op basis van de LIFO-methode meerdere aankopen van éénzelfde (verkocht) effect in de berekening dienen meegenomen te worden, mogen meer- en minderwaarden van elkaar afgetrokken worden – zonder dat het belastbaar resultaat voor die verkoop negatief mag worden (bodem = nul).

Aan de Belgische banken zal een inhoudingsplicht worden opgelegd. De ingehouden roerende voorheffing (33%) zal bevrijdend werken.
Indien de meerwaarden gerealiseerd worden in het buitenland (bv. effectenrekening in NL, Lux,...) of als er om enige andere reden geen inhouding van speculatietaks is gebeurd, geldt er aangifteplicht.

Inwerkingtreding: meerwaarden op aandelen die ten vroegste verworven zijn op 1 januari 2016. Bij "short selling": op (ongedekte) verkopen vanaf 1 januari 2016.


Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.