3 min

Update Obligaties: Obligatiemarkt blijft onzeker

De G20-top van afgelopen weekend heeft weinig verandering gebracht in de onzekerheid die langzaam maar zeker een groeiend deel van de wereldeconomie de keel dichtknijpt. Dat geldt met name voor de productiesector, die relatief sterker aan de internationale handel blootgesteld is.
Update Obligaties: Obligatiemarkt blijft onzeker
Update Obligaties: Obligatiemarkt blijft onzeker

Hoewel de handelstwist niet is opgelost of verergerd, reageerden de markten toch licht positief op de uitkomst van de G20. De risicopremies (spreads) op investmentgrade papier bewogen zijwaarts, terwijl de risicopremies op high yield en schuld uit opkomende markten iets inliepen, in lijn met de stemming op de aandelenmarkten.

Voor de belegger is het nog altijd een afweging: enerzijds de voordelen van de sterke steun door de centrale banken en anderzijds de gevolgen van de risico’s waartegen de centrale banken deze maatregelen juist in stelling brengen. De geleidelijke toename van de handelsspanningen sinds 2018 zet het sentiment in het bedrijfsleven steeds meer onder druk. Ondernemingen stellen kapitaalinvesteringen uit en de consument dreigt ook minder te gaan uitgeven nu een en ander in de arbeidsmarkt kan gaan doorwerken. De centrale banken zijn maar al te zeer doordrongen van deze risico’s en staan klaar om in te grijpen. ECB-president Mario Draghi heeft de lat al lager gelegd: alleen een duidelijke verbetering van de economische omstandigheden zou volgens hem nog een verlaging van de rente en een hervatting van de obligatieaankopen kunnen voorkomen. Van Christine Lagarde, waarschijnlijk de nieuwe ECB-president per oktober, wordt niet verwacht dat ze een andere koers inslaat.

In de VS is vooruitlopend op de verwachte renteverlagingen de rente op 10-jaars Amerikaanse Treasuries al tot onder de 2% gedaald en zakte de rente op 10-jaars Bunds richting de -0,4%, het huidige officiële renteniveau. De obligatierente zal naar verwachting nog verder wegzakken, al is inmiddels wel in de koers verwerkt wat er van centrale banken verwacht kan worden. De lange looptijden lijken voor de rest van 2019 redelijk zeker, gezien het feit dat de centrale banken de milde koers naar verwachting voortzetten (en dat de rente dus langer lager blijft).

Dat de ECB weer als grote inkopende partij terugkomt in de obligatiemarkt moet nog voelbaar worden. De risicopremies op de bedrijfsobligaties kunnen inlopen, zeker zolang een echte recessie uitblijft.

Ook in de periferie (zoals Italië en Spanje) valt steun voor risicopremies te verwachten, waardoor Italië het deze week gewonnen terrein moet kunnen handhaven. De dreiging met nieuw ingrijpen in de Italiaanse begroting door de Europese Commissie is handig afgewend onder verwijzing naar de beter dan verwachte belastinginkomsten dit jaar (ondanks dat de Italiaanse economie het zwaar heeft). Na de zomer moet de begroting voor 2020 worden ingediend, en dat kan Brussel nog tot actie bewegen. Ook de plannen om mini-BOT’s te introduceren steken weer de kop op. BOT’s zijn door de Italiaanse overheid uitgegeven schuldpapier dat als parallelle munteenheid naast de euro fungeert. Daar zal een stevig antwoord op moeten komen vanuit de rest van de EU alsook vanuit de ECB. Dat de Italiaanse risicopremies nog altijd relatief hoog zijn, heeft dan ook een reden. De Spaanse risicopremies bevinden zich daarentegen op het niveau van de ‘semi-kern’ van Europa, net na die van Frankrijk, België en Ierland.

Voor inflatiegerelateerde leningen blijft het moeilijk. De ontwikkeling is nog altijd volatiel en kwetsbaar in een periode waarin de markten uitgaan van een Japan-scenario, namelijk een langdurige periode van lage groei in combinatie met een laag inflatieniveau. Inflatiegerelateerde leningen zijn in vergelijking met nominale obligaties zeer goedkoop geworden: er wordt uitgegaan van een inflatie van minder dan 0,7% in de komende tien jaar. En dat terwijl de inflatie de afgelopen vijf jaar rond de 1% zat en de centrale banken vastbesloten zijn dat percentage omhoog te krijgen. Die laatste inspanningen kunnen de komende kwartalen echter hinder ondervinden van een vertragende groei. Beleggers zijn dan lastig te overtuigen, waardoor ook de inflatieverwachtingen langer laag kunnen blijven.

Chris Huys
Investment Communications
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.