2 min

Update obligaties: nulrendement de ultieme grens?

Toen jaren geleden de risicovrije rente op staatsobligaties diep onder nul zakte, kozen veel beleggers voor bedrijfsobligaties als de ruggengraat voor laag risico in hun beleggingsportefeuille.

Samengevat

  • Rente op Duitse staatsobligaties gestegen
  • Obligaties met zeer lange looptijd kan goed uitpakken
  • Functie van de pandemie kan overgenomen worden door klimaatcrisis
Update obligaties: nulrendement de ultieme grens?
Update obligaties: nulrendement de ultieme grens?

Bedrijfsobligaties zouden een tegenwicht moeten vormen voor het risico van aandelen - en soms ook alternatieven - en tegelijkertijd nog wat inkomsten moeten opleveren. Begin augustus daalde het gemiddelde rendement op een bedrijfsobligatie in Europa echter naar een absoluut dieptepunt van nipt 0,1%, nu de risicovrije rente op Bunds en de verdere kredietrisicopremie op bedrijfsobligaties alsmaar lager werd.

De rente op Duitse staatsobligaties (‘Bunds’) is de afgelopen weken gestegen vanwege de tijdelijk hogere inflatie in Europa nu de economie weer open gaat. Toch brengt circa de helft van alle bedrijfsobligaties geld in het laatje van de uitgevende instelling en niet van de belegger. Veel institutionele beleggers moeten genoegen nemen met deze ‘deal’ omdat ze niet mogen overstappen op riskantere beleggingen en de banken steeds vaker een vergoeding in rekening brengen voor geld op een kasrekening. Voor de belegger die een negatieve rente op contanten nog weet te ontlopen, is de glans op bedrijfsobligaties geleidelijk verdwenen en zijn er geen makkelijke alternatieven meer. En de belegger die de streep trekt bij een nulrente heeft hoofdzakelijk de keuze tussen staatsobligaties uit de periferie van de eurozone en het riskantere segment van de markt voor bedrijfsobligaties.

Wat nog altijd goed uitpakt, is de keuze voor obligaties met een zeer lange looptijd. Dat papier is weliswaar gevoeliger voor een hogere rente, maar dat risico kan op dit moment nog acceptabel zijn. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de beleidsrente de afgelopen drie jaar op -0,5% gehandhaafd, wat mogelijk de definitieve ondergrens is: zelfs de coronacrisis gaf onvoldoende aanleiding om nog lager te zakken.

Anderzijds zijn de beperkingen aan de hoeveelheid obligaties die de ECB kan opkopen snel verdwenen tijdens de pandemie. En de functie van de pandemie kan geleidelijk door de klimaatcrisis worden overgenomen. In zo’n context zou de risicovrije rente vooralsnog structureel beperkt blijven tot het niveau van de beleidsrente van -0,5%.

Het huidige rendementsniveau zou heel goed tot in 2022 kunnen aanhouden, maar de risico’s liggen uiteindelijk toch aan de bovenkant. Langere tijd aanzienlijk lagere rentes lijkt een ver staartrisico; een scenario waarin de risicovrije rente weer richting positief terrein kruipt is waarschijnlijker.

Een aanhoudend hogere inflatie zou een dergelijk risicoscenario in gang kunnen zetten; het eerste halfjaar van 2021 hebben we daarvan al een glimp opgevangen. Voor beleggers zou dat scenario lagere obligatiekoersen inhouden - een tegenvaller op de korte termijn. Maar ze krijgen dan ook de kans om tegen een hogere, positieve rente te herbeleggen. En op de langere termijn bepaalt dat de prestaties van obligatieportefeuilles. Vooral pensioenfondsen en buy-and-hold beleggers (die kopen om de belegging vast te houden) kijken reikhalzend uit naar een tijd waarin de obligatierente eindelijk weer stijgt.

Erik Joly
Erik Joly
Chief Economist / Country Director Investment Advisory
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.