3 min

Update Obligaties: nog meer uitdagingen

Rente op Amerikaanse staatsobligaties (Treasuries) bereikte maandag een dieptepunt van 0,313% en eindigde later die dag op 0,678%. Duitse Bunds stonden maandag op een gegeven moment op -0,90% en kwamen uiteindelijk iets hoger uit op -0,80%. Hoe zijn de rentes hier beland?

Samengevat

  • Lage rente
  • Coronavirus
  • Prijzenoorlog oliemarkt
Update Obligaties: nog meer uitdagingen
Update Obligaties: nog meer uitdagingen

De rente op Japanse en Duitse staatsobligaties daalde in 2012 en 2014 tot onder 1% en blijft op dit moment onder nul steken. De laatste zes tot acht jaar blijft de rente op staatsobligaties in heel Japan en Europa rond of onder nul, omdat het economisch herstel sindsdien niet leidde tot een stijging van de inflatie van enige betekenis. De inflatie blijft nu onder de doelstelling van de centrale banken. Nul procent rente op Amerikaanse staatsobligaties komt steeds dichter bij nu de Amerikaanse Fed de rente naar verwachting binnenkort verlaagt. Misschien zelfs al deze week.

Een omgeving zonder inflatie, lage groei van de productiviteit, weinig fiscale stimulering en meer spaargeld kan de rente laag houden en zelfs leiden tot negatieve rente. Alleen landen met heldere, sterke fiscale stimulering zijn in staat om diep negatieve rente op hun staatsobligaties te voorkomen.

Hoe komt het dat de rente op Amerikaanse staatsobligaties bijna nul is? De oorzaak ligt bij een combinatie van schokken en het is nog altijd niet duidelijk of die zullen leiden tot een officiële recessie of alleen tot een vertraging van de groei. De eerste schok was de handelsoorlog tussen China en de VS vorig jaar. Hierdoor kwamen wereldwijde investeringen in het vierde kwartaal nagenoeg tot stilstand. Het probleem werd verergerd door het coronavirus, met een negatief effect op de economische groei van China in het eerste kwartaal en waarschijnlijk op de groei van de rest van de wereld in het tweede kwartaal. Een derde schok was de door de OPEC ontketende prijzenoorlog waardoor de olieprijzen sinds begin januari zijn gehalveerd.

De belangrijkste vraag voor beleggers is nu of de verkoopgolf in risicomarkten doorzet of dat een groot deel van het slechte nieuws al is ingeprijsd, en dat het er dus naar uitziet dat de risicomarkten binnenkort wel een bodem zullen bereiken. Elk antwoord op die vraag is echter omgeven met grote onzekerheid.

De kans is groot dat risicomarkten de gevolgen zullen ondervinden van beperkende maatregelen van beleidsmakers in grote ontwikkelde landen, die bijvoorbeeld het verkeer van mensen en goederen beperken. Een van de grote vragen is in hoeverre beleggers het vooruitzicht van dergelijke beperkingen al in de prijzen van risicomarkten hebben verwerkt.

Een andere vraag is of markten een te pessimistische kijk op de waarschijnlijke duur van deze beperkingen hebben. Of zijn beleggers juist te positief wat betreft hun kijk op de economische gevolgen van het virus en zouden ze in feite meer risico’s moeten inprijzen? We hebben niet heel veel vertrouwen in de antwoorden op deze vragen. Landen nemen bijvoorbeeld nog steeds beperkende maatregelen. Risicomarkten zullen ook de komende weken op zoek blijven naar een evenwicht tussen de nieuwsberichten over het virus enerzijds en anderzijds het beleid ter bestrijding van het virus en ter ondersteuning van de economie.

De genoemde beperkingen ten aanzien van het vrije verkeer van mensen (gezien het snel stijgende aantal infecties in de VS en Europa) zouden kunnen worden afgezet tegen twee risicomarktvriendelijke factoren: (1) beleid waarmee de vraag naar goederen en diensten wordt gestimuleerd en (2) de hoge waarschijnlijkheid dat de beperkingen voor het vrije verkeer van mensen later dit jaar een stuk minder streng zijn zullen zijn dan in de komende paar weken.

Ondanks de zoektocht naar rente liggen binnen de vastrentende markten de risicopremies (spreads) op bedrijfobligaties gemiddeld genomen hoger, omdat beleggers de voorkeur geven aan obligaties met een positieve rente. Wij zijn van oordeel dat langetermijnbeleggers vooral bedrijfsobligaties in hun obligatieportefeuille zouden moeten hebben.

Risicopremies op high yield-obligaties zijn gestegen en hebben nu een niveau bereikt dat niet meer is voorgekomen sinds de grondstoffencrisis begin 2016 en daarvoor aan het eind van de Griekse schuldencrisis in 2012. De obligatierente kruipt richting de 5%-drempel, en die hebben we voor het laatst gezien eind 2018.

Obligaties met een BB-rating (high yield-obligaties) blijven niet alleen achter ten opzichte van obligaties met een B-rating maar gaan ook flink van de hand ten opzichte van bedrijfsobligaties met een BBB-rating (nog net hoog-kwalitatief, oftewel investment-grade). Wij denken dat bedrijfsobligaties met een BBB-rating gesteund worden door de verwachte stijging van obligatieaankopen door de Europese Centrale Bank.

Het beeld van de kasstromen is echter verontrustend, want in het BBB-segment wordt namelijk nauwelijks gehandeld. Sommige beleggers die op zoek zijn naar cash, verkopen liever hun hoogwaardigere obligaties. Dat zou kunnen duiden op meer risico, maar het is een keuze om de betere obligaties te verkopen en de moeilijkst verhandelbare bedrijfsobligaties met een lagere rating vast te houden.

We zullen deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten houden. Als de verhandelbaarheid in de markt verbetert, zou de markt ook meer ondersteuning moeten bieden.

Roel Barnhoorn
Investment Communications
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.