2 min

Update obligaties: banen en inflatie

Het was de week van banen- en inflatiecijfers. Beide worden nauwlettend gevolgd door zowel de Amerikaanse Fed als beleggers. Hoewel de beter dan verwachte banengroei de rente op 10-jaars Amerikaanse staatsobligaties (Treasuries) een duwtje in de rug gaf, wekte het inflatiecijfer weinig verbazing.

Samengevat

  • Treasuries krijgen duwtje in de rug
  • Inflatiecijfer wekt weinig verbazing
  • Hogere consumentenprijzen blijven komende maanden norm
Update obligaties: banen en inflatie
Update obligaties: banen en inflatie

De rente op 10-jaars Treasuries is licht gestegen nadat de banengroei voor juli de prognoses overtrof. Het was een zeer sterk banenrapport naar alle maatstaven. De banengroei boekte de grootste terreinwinst in bijna een jaar, de werkloosheid daalde naar een dieptepunt van 5,4%, terwijl de lonen en de gewerkte uren op hoge niveaus bleven.

De participatiegraad – het deel van de bevolking dat werkt of werkzoekend is – ligt echter nog ruim onder het niveau van voor de pandemie en het is lastig voor bedrijven om de vacatures te vervullen. Om werkloze Amerikanen te stimuleren een baan te zoeken, heeft ruim de helft van de 50 staten een einde gemaakt aan het werkloosheidsprogramma dat tijdens de pandemie is ingevoerd. In weer andere staten loopt dat programma af in september. Werkgevers bieden op hun beurt hogere lonen en bonussen om mensen aan te trekken.

Dat personeel moeilijk te vinden is, kan – in combinatie met materiaaltekorten en knelpunten in de bezorging – de komende maanden blijven resulteren in hogere consumentenprijzen. Het op woensdag gepubliceerde totale inflatiecijfer voor juli (gemeten naar de consumentenprijsindex) lag nog altijd op een hoog niveau maar was in overeenstemming met de verwachtingen van economen (+0,5% op maandbasis en +5,4% op jaarbasis). De kerninflatie was daarentegen lager dan verwacht. Uit de cijfers blijkt dat sommige met de heropening verband houdende prijzen beginnen te dalen. De geringere kostenstijging bij tweedehandsauto’s en -vrachtwagens was de belangrijkste factor bij de matiging van de kerninflatie. Een verdere stijging van de inflatie had een schok in de markten teweeg kunnen brengen, omdat daarmee de angst zou oplaaien voor een snelle toename van de beleidsrentes. Maar omdat dergelijke onaangename verrassingen uitbleven, werd het inflatiecijfer vrijwel genegeerd.

Beide cijfers (lonen en inflatie) worden ook door de Fed op de voet gevolgd. Het besluit om het steunaankoopprogramma af te bouwen, hangt daar namelijk van af. Fed-functionarissen hebben aangegeven dat het herstel van de arbeidsmarkt nog wel iets sterker mag zijn voordat die afbouw begint. Zo zei Fed-gouverneur Christopher Waller vorige week dat hij zich in zo’n besluit zou kunnen vinden als de werkgelegenheidscijfers de komende twee maanden blijven stijgen. Voor wat betreft de inflatie benadrukken Fed-leden vooral dat de huidige stijging grotendeels tijdelijk is en samenhangt met het snelle hersteltempo en knelpunten aan de aanbodzijde. Deze effecten nemen de komende maanden af. In het kamp van de ECB klinkt een vergelijkbare boodschap. En ook ons basisscenario strookt hiermee. Wel houden we de inflatierisico’s nauwlettend in de gaten.

De markten lijken het inflatiethema al te hebben ingeprijsd. En een eerste renteverhoging door de centrale bank is vooralsnog niet aan de orde. We verwachten dat de rente een pas op de plaats maakt rond het huidige niveau, zonder al te grote schommelingen. Wel kan de beweeglijkheid af en toe toenemen.

Erik Joly
Erik Joly
Chief Economist / Country Director Investment Advisory
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.