Uw Vermogen 3 oktober 2017

Update Begrotingsakkoord 2018 – Impact voor de belegger

Afgelopen zomer bereikte de regering een akkoord over de begroting voor 2018. De grote lijnen van de fiscale hervormingen zijn reeds uitvoerig in de pers toegelicht. Intussen worden ook hoe langer hoe meer details van de in het vooruitzicht gestelde maatregelen bekend. Hoewel de concrete omzetting in wetsontwerpen zich nog in een voorbereidende fase bevindt en bepaalde modaliteiten nog altijd aan wijzigingen onderhevig kunnen zijn, kan de belegger zich vanaf 2018 aan volgende zaken verwachten.

1. Nieuw: taks op effectenrekeningen

Er zal een taks van 0,15% verschuldigd zijn, van zodra een individuele belegger één of meerdere effectenrekeningen aanhoudt, waarvan de totale waarde meer dan € 500.000,00 bedraagt. Ondanks de mogelijke ongrondwettelijkheid zal de taks, eens voornoemde drempel overschreden is, verschuldigd zijn op het volledige bedrag. Tot nader order is er bij overschrijding van de drempel dus geen vrijstelling op de eerste € 500.000,00.

Volgende effecten vallen binnen het toepassingsgebied: beursgenoteerde aandelen, beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde obligaties, beursgenoteerde en niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen; kasbons; warrants. ‘Out of scope’ zijn niet-beursgenoteerde aandelen, cash, individuele levensverzekeringen, pensioensparen, …

De vrijstelling geldt per persoon. Gehuwden, waarvan de effectenrekening gemeenschappelijke of onverdeelde eigendom is, zullen naar alle verwachting dus over een effectenrekening van 
€ 1.000.000,00 mogen beschikken, alvorens de belasting verschuldigd wordt. 

Volgens de laatste berichten zullen de banken per kwartaal de waarde van de effectenrekening moeten bepalen en zal de taks op het gemiddelde saldo berekend worden. De heffing zou door de Belgische banken 'bevrijdend' moeten ingehouden worden (cfr. RV en beurstaks). Dit zal sowieso het geval zijn, indien de gemiddelde waarde van de effectenrekening meer dan € 500.000,00 bedraagt. Naar verluidt, zullen beleggers met (meerdere) effectenrekeningen van ‘geringere waarde’ aan (één van) hun financiële instelling(en) kunnen vragen om de effectentaks bevrijdend in te houden. Uiteraard slechts, indien ze de taks effectief verschuldigd zijn.

De taks zal (uiteraard) ook verschuldigd zijn voor effectenrekeningen, aangehouden in het buitenland, waarbij de beleggers dan zelf de nodige stappen moeten ondernemen voor de berekening/aangifte/betaling van de taks – net zoals dit vandaag reeds het geval is voor de personenbelasting en de beurstaks. CRS-rapportering zal toelaten dit te controleren ... Recente berichten doen ook uitschijnen dat de taks verschuldigd is door niet-inwoners met een (kwalificerende) effectenrekening in België. Hoe dit kan ingevoerd en afgedwongen worden, is vandaag nog voorwerp van discussie.

Er komt een extra verklaring in de aangifte personenbelasting waarin men zal moeten melden over hoeveel effectenrekeningen men beschikt.  

Vele zaken blijven vandaag echter nog onduidelijk: wat met effectenrekeningen in blote eigendom/vruchtgebruik ?, wat met onverdeeldheden ?, wat met transfers van effectenportefeuilles tussen twee verschillende banken ?, …

2. Verhoging beurstaks

De twee laagste tarieven zullen stijgen: van 0,09% naar 0,12% en van 0,27% naar 0,35%. De plafonds zullen niet meestijgen, net zomin als het 1,32%-tarief.

3. Aanpassing Reynderstaks

Zoals bekend, viseert deze belasting de meerwaarden op fondsen die minstens 25% in 'schuldpapier' beleggen – en dit in zoverre de meerwaarde betrekking heeft op de schuldcomponent.

Er is overeengekomen dat de "25%-vereiste" zal dalen naar 10%, waardoor meer fondsen in het toepassingsgebied van de Reynderstaks vallen. Let wel, de aanpassing zou gelden voor aankopen (!) vanaf 1 januari 2018. 

Onnodig te zeggen dat dit de zaken zeer complex zal maken: een bestaande belegging in een bepaald fonds met 20% schuldpapier zal bij verkoop in 2018 niet aan Reynderstaks onderworpen zijn. Indien in 2018 extra deelbewijzen van ditzelfde fonds worden aangekocht die nadien ook worden verkocht, zal (enkel) op die deelbewijzen wél Reynderstaks verschuldigd zijn …

Daarnaast zal, eveneens voor aankopen vanaf 1 januari 2018, het toepassingsgebied van de Reynderstaks uitgebreid worden, in die zin dat ze – mits aan voormelde 10%-vereiste is voldaan – ook van toepassing zal zijn op private equity-fondsen, grondstoffenfondsen, …

4. Intresten van een gereglementeerde spaarrekening

Reeds jarenlang geniet de eerste schijf aan ontvangen intresten op een gereglementeerde spaarrekening van belastingvrijstelling. Het surplus is belastbaar aan 15%. 

Het belastingvrije bedrag (€ 1.880,00) zal worden gehalveerd tot € 940,00.

5. Nieuw: vrijstelling op dividenden van aandelen

Er komt een vrijstelling van € 627,00 op dividenden van aandelen. 

Zoals vandaag reeds het geval is, zullen in de toekomst alle dividenden, die ontvangen worden op een Belgische rekening, aan roerende voorheffing onderworpen worden. De nieuwe vrijstelling
(€ 627,00 x 30% = € 188,10) zal bijgevolg via de fiscale aangifte moeten gevraagd worden.

6. Pensioensparen 

Het fiscaal stelsel voor pensioensparen wordt een zgn. "duaal systeem".

Ofwel kiest men voor voortzetting van het huidige stelsel, waarbij een bedrag van maximum € 940,00 recht geeft op een belastingvermindering van 30%. Ofwel opteert men voor het nieuwe stelsel, waarin maximaal € 1.200,00 recht geeft op een belastingvermindering van 25%. 

De nieuwe mogelijkheid biedt bijgevolg € 18,00 meer belastingvermindering en vooral € 260,00 meer pensioenopbouw.

7. Vennootschapsbelasting : belastbaarheid van meerwaarden op aandelen wordt uitgebreid

Vandaag zijn meerwaarden op aandelen, die minstens één jaar in volle eigendom zijn aangehouden, in de vennootschapsbelasting hetzij vrijgesteld (KMO’s), hetzij onderworpen aan een tarief van 0,412% (grote vennootschappen).

Het 0,412% zal worden afgeschaft. In de plaats daarvan komt een participatievoorwaarde: indien de aandelen minstens een waarde hadden van € 2.500.000,00 of minstens 10% van het uitgegeven kapitaal vertegenwoordigden, is de gerealiseerde meerwaarde bij verkoop vrijgesteld van belasting. In alle andere gevallen zal er vennootschapsbelasting aan het gewoon tarief verschuldigd zijn.

Het is vandaag nog niet helemaal duidelijk of deze participatievoorwaarde voor alle vennootschappen zal gelden of alleen voor de grote vennootschappen.

Concrete wetteksten zullen de komende weken en maanden uitgewerkt worden. Zaken die vandaag nog onduidelijk zijn, zullen dan vermoedelijk uitgeklaard worden.

Auteur

Dirk Denies

Tax manager - Estate Planner