2 min

‘Spin-off’-verrichtingen niet langer onderworpen aan Roerende Voorheffing. Doch niet onvoorwaardelijk!

De Kamer keurde op 4 april een wetsvoorstel definitief goed dat een vrijstelling van roerende voorheffing (RV) voorziet voor particuliere beleggers die betrokken zijn bij een ‘spin-off’-verrichting. We kunnen dit alleen maar toejuichen. Toch wensen we te waarschuwen voor de strikte voorwaarden waaraan de vrijstelling is gekoppeld. Hierdoor zal in praktijk niet elke afsplitsing van een divisie vrij van RV verlopen.

Samengevat

  • Wat zijn spin-off-verrichtingen
  • Wanneer geldt er een vrijstelling
  • Ingang van de regeling
‘Spin-off’-verrichtingen niet langer onderworpen aan Roerende Voorheffing. Doch niet onvoorwaardelijk!
‘Spin-off’-verrichtingen niet langer onderworpen aan Roerende Voorheffing. Doch niet onvoorwaardelijk!

Als belegger wordt u nu en dan (mogelijks) onbewust en vaak zonder keuze geconfronteerd met ‘corporate actions’. Deze verzamelterm verwijst naar de verscheidene verrichtingen die een vennootschap (waarin u heeft belegd) kan uitvoeren, zoals uitkering van liquidatie- of inkooppremies, uitkering van bonusaandelen, dividenden in natura en optionele dividenden, "stock split", fusies, splitsing, kapitaalverminderingen, uitwisseling van aandelen, “squeeze-out”, enz.

Deze ‘corporate actions’ zorgen soms voor onlogische fiscale neveneffecten zoals de afhouding van roerende voorheffing en/of beurstaks. Dit vindt vaak zijn oorsprong in de ruime Belgische fiscale definitie van wat een dividend is. Zo ook voor ‘spin-off’-verrichtingen. Via een ‘spin-off’ wenst een vennootschap een deel van haar bedrijfsactiviteiten te isoleren naar een nieuw opgerichte vennootschap ofwel naar een bestaande verbonden vennootschap (zie kaderstuk hierna). Dit heeft vaak tot gevolg dat de particuliere belegger wordt benadeeld doordat RV wordt afgehouden ter waarde van de verkregen aandelen.

Aan deze fiscale ‘onrechtvaardigheid’ werd paal en perk gesteld door een vrijstelling van RV te voorzien voor dergelijke ‘spin-off’-verrichtingen.

Toch willen we de euforie wat temperen. Immers de vrijstelling is gekoppeld aan een aantal strikte voorwaarden voor zowel de uitkerende vennootschap, als de uitgekeerde vennootschap:

  1. notering op een gereglementeerde beurs;
  2. gevestigd in een land waarmee België een akkoord of dubbelbelastingverdrag heeft dat de uitwisseling van inlichtingen mogelijk maakt;
  3. de inbreng en de verkrijging van de aandelen maken deel uit van één en dezelfde herstructureringsverrrichting; en
  4. de ‘spin-off’ is volgens de lokale fiscale bepalingen belastingneutraal of vrijgesteld.

Een gedetailleerde bespreking van deze voorwaarden zou ons te ver leiden. Toch waarschuwen we dat niet elke spin-off verrichting van een vrijstelling inzake RV zal genieten. Bovendien werd inzake beurstaks in geen vrijstelling voorzien.

Ondanks de publicatie in het Belgisch Staatsblad op zich lieten wachten (BS 6 mei 2019), treedt deze maatregel retroactief in werking vanaf 1 januari 2019. Echter, vóór de publicatie waren Belgisch banken genoodzaakt nog steeds RV af te houden op ‘Spin-off’-verrichtingen die in principe in aanmerking komen voor de vrijstelling. Vanaf heden wordt deze vrijstelling toegepast voor zover is voldaan aan de strikte voorwaarden.

Uitleg Spin off Verrichtingen
Xavier Piqueur
Xavier Piqueur
Head of Tax
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.