5 min

Is het einde van het klassieke ‘spaarboekje’ in zicht?

Voor vele Belgen is het hun enige – of toch minstens hun belangrijkste – spaarproduct: een spaarrekening waarvan de eerste 1.880,00 euro aan ontvangen intresten(voor het aanslagjaar 2018) onbelast zijn en waarvan het surplus slechts belastbaar is aan 15%.
Is het einde van het klassieke ‘spaarboekje’ in zicht?
Is het einde van het klassieke ‘spaarboekje’ in zicht?

Voor vele Belgen is het hun enige – of toch minstens hun belangrijkste – spaarproduct: een spaarrekening waarvan de eerste EUR 1.880,00 aan ontvangen intresten onbelast zijn en waarvan het surplus slechts belastbaar is aan 15%.

België werd hiervoor reeds veroordeeld

Aan dit fiscaal gunstregime zijn heel wat voorwaarden gekoppeld. Eén van de voorwaarden luidde dat de rekening geopend moest zijn bij een “in België gevestigde kredietinstelling”. Om begrijpelijke redenen botste dit met het principe van vrij verkeer van diensten en werd België hiervoor door het Europees Hof van Justitie veroordeeld. Als gevolg hiervan werd de fiscale gunstregeling uitgebreid tot spaarrekeningen bij kredietinstellingen gevestigd in de Europees Economische Ruimte (EER).

Weinig verandering in de praktijk

In de praktijk bleek echter snel dat omzeggens geen enkele (buiten België gevestigde) EER-kredietinstelling overging tot het aanbieden van zo’n gereglementeerde spaarrekening voor haar Belgische spaarders. Eén van de doorslaggevende redenen hiervoor was – en is – zonder twijfel de lange lijst aan overige voorwaarden waaraan de spaarrekening moet voldoen (zie art. 2 KB/WIB92), zoals o.m. de verplicht vastgestelde vergoedingsmethodiek (nl. een basisrente en een getrouwheidspremie), de wettelijk voorgeschreven berekening van beide vergoedingen, de beperkte opvraagbaarheid, … Terwijl al deze wettelijke voorwaarden voor Belgische kredietinstellingen als vanzelfsprekend nageleefd worden, vormen zij voor buitenlandse banken vaak een onoverkomelijke hindernis. Zelfs het creëren van spaarrekeningen met gelijkaardige voorwaarden – wat t.a.v. buitenlandse spaarrekeningen eveneens aanvaard wordt – gebeurt in de praktijk niet.

De belegger zoekt ‘alternatieve oplossingen’ …

Voor Belgische spaarders bij EER-banken betekent e.e.a. dat zij de facto niet kunnen genieten van de fiscale vrijstelling op eerste EUR 1.880,00 aan intresten op hun buitenlandse spaarrekening, noch van het 15%-tarief op het surplus. Integendeel, alle intresten zijn in dat geval vanaf de eerste euro belastbaar aan het algemene tarief van 30% via (verplichte) aangifte in de personenbelasting.

Sommige Belgische beleggers die zich in deze situatie bevinden, proberen het fiscale voordeel alsnog te genieten door deze intresten (boven de EUR 1.880,00) aan te geven als roerend inkomen belastbaar aan 15%. De praktijk leert dat dit dikwijls leidt tot fiscale controles en vragen naar de motivering van deze aangifte aan 15%.

… die opnieuw getoetst worden bij het Europees Hof van Justitie.

In één van die gevallen kon geen akkoord bereikt worden tussen de belastingplichtige en de lokale controleur en kwam het tot een rechtszaak, waarbij de hierboven geschetste problematiek ter sprake kwam. De rechter besloot het Hof van Justitie te interpelleren. Middels een prejudiciële vraag aan het Hof wilde hij antwoord op de vraag of de Belgische wetgeving ter zake geen schending van het (Europees gewaarborgde) vrij verkeer van diensten inhoudt, aangezien de betreffende wet, “hoewel zonder onderscheid geldt voor binnen- en buitenlandse dienstverrichters, vereist dat voldaan wordt aan voorwaarden die analoog zijn deze opgenomen in artikel 2 KB/WIB92 die de facto eigen zijn aan de Belgische markt en buitenlandse dienstverrichters bijgevolg ernstig belemmert hun diensten aan te bieden binnen België”.

Na onderzoek van de zaak antwoordt het Hof van Justitie dat de Belgische wetgeving inderdaad een ongeoorloofde belemmering van het vrij dienstenverkeer kan vormen. De finale beoordeling hiervan komt echter toe aan de ‘verwijzende rechter’ (d.i. de rechtbank die de prejudiciële vraag had gesteld).

Wat nu ?

Hoewel het nog enigszins onzeker is, kan verwacht worden dat de Belgische fiscale rechter in zijn finale beoordeling het standpunt van het Hof van Justitie zal volgen en het alom bekende fiscaal gunststelsel voor Belgische spaarboekjes geheel of gedeeltelijk veroordeelt.

In voorkomend geval zal de wetgever genoodzaakt zijn de betreffende wetsbepalingen in mindere (=> schrapping van bepaalde voorwaarden ?) of meerdere mate (=> grondige hertekening van spaar- en beleggingsfiscaliteit ?) aan te passen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd.


Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.