5 min

Hervorming Belgisch erfrecht : Waardering en inbreng/inkorting van giften

Op 1 september 2018 treedt het nieuwe Belgische erfrecht in werking. Insteek van de hervorming is velerlei, maar kan grotendeels opgehangen worden aan 4 principes. In dit artikel gaan we dieper in op de waardering en inbreng/inkorting van giften.

Op 1 september 2018 treedt het nieuwe Belgische erfrecht in werking. Insteek van de hervorming is velerlei, maar kan grotendeels opgehangen worden aan volgende principes:

Tegelijkertijd is ook op Vlaams niveau gewerkt aan een decreet tot wijziging van de erfbelasting, met de bedoeling het nieuwe erfrecht te ondersteunen of te verduidelijken. Ook de Vlaamse belastingdienst (VLABEL) heeft zich al uitgesproken over bepaalde nieuwe erfrechtelijke topics.

In dit artikel gaan we in op de waardering en inbreng/inkorting van giften.

Erfrecht in waarde & waardering

Waardering van schenkingen

De regels inzake de waardering van schenkingen zijn van belang, omdat bij het samenstellen van de nalatenschap – of beter: de ‘fictieve massa’ – niet alleen rekening wordt gehouden met wat de overleden persoon nog bezat op het moment van overlijden, maar tevens met (de waarde van) in het verleden gedane schenkingen. Het is op basis van de fictieve massa dat de wettelijke reserve en/of het beschikbaar gedeelte wordt berekend.

Onder het oude erfrecht bestond er een discrepantie, naargelang het een schenking van roerende of onroerende goederen betrof. Een schenking van roerende goederen werd gewaardeerd op de datum van de schenking, terwijl dit voor een onroerende schenking moest gebeuren op datum van overlijden. Het spreekt vanzelf dat dit tot ongewenste resultaten leidde.

Het nieuwe erfrecht heeft hieraan geremedieerd: zowel voor roerende, als voor onroerende zaken zal de “intrinsieke waarde” weerhouden worden op datum van de schenking, geïndexeerd tot aan de datum van overlijden. Let wel, voor schenkingen van blote eigendom zal de waarde van de schenking maar bepaald worden op de datum waarop de volle eigendom ontstaat – meestal de datum van overlijden.

Inbreng en inkorting

Na overlijden van de schenker zijn de wettelijke erfgenamen er in de regel toe gehouden om de ontvangen giften in te brengen m.o.o. het samenstellen van de fictieve massa (cfr. 3.1). Indien zou blijken dat de gedane schenkingen het beschikbaar gedeelte overschrijden – of anders: de globale wettelijke reserve van de reservataire erfgenamen schendt –, kunnen deze laatsten inkorting vragen, d.w.z. het ‘te veel geschonkene’ opeisen bij de begiftigde(n).

Onder het oude erfrecht diende die inkorting in natura te gebeuren. Dit had vooral bij onroerende goederen zeer verstrekkende en zelfs onverwachte gevolgen: de geschonken onroerende goederen moesten afgegeven worden aan de fictieve massa, zelfs indien die onroerende goederen al door de begiftigde waren verkocht !

Behoudens enkele uitzonderingen of vrijwillige inbreng in natura, wordt door het nieuwe erfrecht nu voorzien dat zowel de inbreng, als de inkorting steeds in waarde dienen te gebeuren. De aangesproken begiftigde(n) zal/zullen aan de inkorting kunnen beantwoorden door mindere ontvangst of door het doen van een opleg in geld.

Inwerkingtreding

Niet alleen het nieuwe erfrecht, maar ook de nieuwe bepalingen inzake de Vlaamse schenk- en erfbelasting zijn van toepassing op nalatenschappen die vanaf 1 september 2018 openvallen.

Wat het erfrecht betreft, is er eventueel nog de mogelijkheid tot 1 september 2019 om middels een zgn. ‘verklaring van behoud’ te opteren voor de blijvende toepassing van het oude erfrecht.

Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.