5 min

Global Weekly: Centrale banken doen het rustig aan

De wereldeconomie stelt het goed en de Amerikaanse aandelenindexen blijven records breken. De inflatie daarentegen blijft hardnekkig laag. Onze economen hebben er deze week op gewezen dat de monetaire verstrakking door de Fed en ECB weleens meer tijd in beslag zou kunnen nemen dan eerst verwacht.

De wereldeconomie stelt het goed en de Amerikaanse aandelenindexen blijven records breken. De inflatie daarentegen blijft hardnekkig laag. Onze economen hebben er deze week op gewezen dat de monetaire verstrakking door de Fed en ECB weleens meer tijd in beslag zou kunnen nemen dan eerst verwacht.

Deze week zijn de aandelenmarkten wereldwijd lichtjes gestegen. Woensdag bereikte de S&P 500-index een nieuwe recordhoogte van net geen 2.500. Sinds de index in maart 2009 een niveau van ongeveer 800 bereikte, is hij al meer dan verdrievoudigd. Europese aandelen stegen ook. De STOXX Europe 600-index staat door de sterke euro echter nog steeds onder zijn hoogste peil van maart. De marktvolatiliteit blijft zeer laag, met de VIX-index – een belangrijke maatstaf voor volatiliteit – net boven 10.

Op sectorniveau leverden financiële instellingen en energie deze week de sterkste prestatie. Bankaandelen profiteerden van de stijgende rentes terwijl de energiesector steeg door de hogere olieprijs. Herverzekeringsaandelen herstelden zich ook omdat de orkanen in Noord-Amerika minder schade hebben aangericht dan eerst werd gevreesd. De nutssector was de zwakste presteerder. Materiaalaandelen – en dan vooral mijnbouwbedrijven – zakten omdat de laatste economische cijfers van China wijzen op een lagere economische groei.

Op zijn nieuwe hoofdkantoor van 5 miljard USD in Cupertino, Californië, lanceerde Apple deze week de nieuwe iPhone 8 en iPhone X. Omdat de specificaties en prijzen van de nieuwe telefoons aan de verwachtingen voldeden, bewoog de aandelenkoers van het grootste IT-bedrijf ter wereld niet veel. Twee Europese luxegoederenbedrijven – Hermes en Richemont – waarschuwden deze week dat de sterke euro een impact begint te hebben op hun activiteiten. Richemont verklaarde dat toeristen in Europa door de sterke euro minder uitgeven.

Update obligatiemarkten

Met rendementen opnieuw op het niveau waartegen ze begin dit jaar handelden, lijken staatsobligaties van kernlanden weer de minst interessante belegging. De rentetarieven moeten echt wel veel hoger staan voor ze weer aantrekkelijk zijn. Meer dan 40% van investment grade-obligaties uit de eurozone heeft een negatief effectief rendement. Om rendementen te behalen, moeten beleggers daarom extra risico's nemen of hopen dat de rentes nog verder dalen van hun huidige niveaus. De vraag is of de rentes eindelijk gaan normaliseren nu de wereldeconomie goed op gang komt. Volgens ons wijzen de meeste traditionele factoren in die richting, behalve de Amerikaanse inflatie. De Amerikaanse inflatiecijfers waren de laatste vijf maanden teleurstellend, maar waren deze week eindelijk een beetje hoger dan verwacht.

Door de teleurstellende inflatie zit de Fed tussen twee vuren. Enerzijds zou de centrale bank haar beleidsrente willen optrekken om op lange termijn oververhitting van de Amerikaanse economie te voorkomen. Anderzijds kan de noodzaak van een hogere beleidsrente in twijfel worden getrokken zolang de inflatie zo laag blijft.

Deze week hebben onze economen hun vooruitzichten voor de wereldeconomie herzien. Ze verwachten nu dat de groei gaat blijven versterken, maar dat de inflatiedruk matig blijft. Dit zou leiden tot een trager normalisatieproces dan eerst verwacht en rentes die langer laag blijven. (Zie de onderstaande macro-economische update voor meer informatie over de prognoseveranderingen.) Staatsobligaties van kernlanden blijven daarom nog steeds oninteressant. Risicovollere obligaties, zoals hoogrentende obligaties, zouden aantrekkelijk moeten blijven omdat de goede groei en lage inflatie de bedrijfscyclus verlengen en bedrijven hierdoor degelijke winsten kunnen boeken.

Update macro-economie

De sterkte van het economische herstel en de limieten van haar activa-aankoopprogramma (kwantitatieve versoepeling) betekenen dat de ECB het programma volgend jaar zou moeten terugschroeven. De bezorgdheid over de verdere versterking van de euro en de onderliggende inflatiedruk, die nog steeds zwak is, betekent dat het exitproces zeer traag zal verlopen. We verwachten daarom dat de ECB haar activa-aankoopprogramma over een langere periode zal terugschroeven. Eerder verwachtten we dat de ECB de netto activa-aankopen in zes maanden tijd helemaal zou beëindigen (met een terugschroeving van 10 miljard euro per maand). We denken nu dat de ECB het tempo van haar maandelijkse netto activa-aankopen (van 60 miljard euro naar 30 miljard euro) van januari tot september volgend jaar gaat halveren om daarna de netto activa-aankopen volledig stop te zetten. De eerste renteverhoging komt er niet vóór 2019. Eerder verwachtten we dat de ECB de rente al in september 2018 zou verhogen.

We hebben onze BBP-groeiprognose van de eurozone voor 2017 en 2018 opwaarts herzien (respectievelijk van 2,1% naar 2,3% en van 1,8% naar 2,2%). We verwachten dat de groei in de binnenlandse vraag enigszins gaat aantrekken aangezien de investeringen in vaste activa versterken en de consumptie sterk blijft groeien. De financiële voorwaarden zullen naar verwachting ook een steun blijven betekenen voor de binnenlandse vraag. We verwachten geen duidelijke opwaartse trend in de kerninflatie tot volgend jaar.

We verwachten niet langer dat de Federal Reserve in december de rente gaat verhogen en denken dat de volgende zet van de Fed-beleidsmakers zal plaatsvinden in maart volgend jaar, een lange pauze dus in de renteverhogingscyclus. Dat komt door de recente zwakke inflatiecijfers waardoor de Fed twijfelt of de inflatie op middellange termijn weer naar haar doel toe zal gaan. We denken inderdaad dat de Amerikaanse kerninflatie langer laag zal blijven. We verwachtten eerst drie verhogingen van 25 basispunten tegen eind 2018, nu nog maar twee. Ons basisscenario blijft dat de Fed haar balans geleidelijk gaat verminderen vanaf het vierde kwartaal van dit jaar.

Update valutamarkten

Sinds februari staan we negatief tegenover de dollar en positief tegenover de euro, en is de EUR/USD om verschillende redenen met ongeveer 13% gestegen. Beleggers bijvoorbeeld zijn negatiever geworden over de VS omdat de verwachtingen over een positieve impact van Trumps beleid op de economie niet worden ingelost. Daarnaast verrasten de Amerikaanse inflatiecijfers doordat ze zo laag zijn waardoor de verwachtingen over toekomstige renteverhogingen door de Fed aanzienlijk zijn afgenomen. Ondertussen zijn de motoren voor de euro positiever geworden.

We verwachten dat het sentiment omtrent de Amerikaanse dollar voorlopig negatief gaat blijven. Ten eerste zal de monetaire verstrakking door de Fed volgens ons langer duren dan eerst verwacht. Ten tweede zullen de binnenlandse politieke situatie en de geopolitieke onzekerheid het sentiment tegenover de dollar blijven schaden, tenzij er paniek uitbreekt op de financiële markten waardoor er vraag zou ontstaan naar de dollar als veilige belegging. Ten derde is de langetermijntrend voor de Amerikaanse dollar dit jaar negatief geworden. Dat betekent dat de dollar wellicht jarenlang zal dalen. In een dergelijke omgeving zullen speculatieve beleggers de dollar waarschijnlijk verkopen bij rally's.

De rally in EUR/USD zal waarschijnlijk iets matigen. In de eerste plaats zal de Fed haar balans beginnen verminderen en de rente in een traag tempo blijven verhogen (in de komende 14 maanden). Dit zou de dollar enigszins moeten ondersteunen. Daarnaast zullen de overdreven netto longposities in euro waarschijnlijk scherpe correctiegolven teweegbrengen wanneer op korte termijn posities worden geliquideerd.

Rekening houdend met dit alles hebben we onze eindejaarsprognose voor EUR/USD opgetrokken naar 1,20. Op korte termijn zal de liquidatie van netto longposities de EUR/USD waarschijnlijk naar 1,15 duwen, maar we verwachten dat de EUR/USD later dit jaar weer op 1,20 staat. We hebben ook ons doel voor het jaareinde van 2018 opgetrokken van 1,20 naar 1,30.

Asset allocation

De beleggingsstrategie van ABN AMRO bestaat nog steeds uit een overweging in aandelen, een onderweging in obligaties en een grote cashpositie in de defensieve profielen. Binnen alternatieve beleggingen zijn vastgoed, hedgefondsen en grondstoffen neutraal.

Op dit artikel is deze disclaimer van toepassing.

Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.