2 min

Fiscaliteit in 2022: drie belangrijke aspecten

Het afgelopen jaar is niet alleen de effectentaks ingevoerd, maar zijn er ook andere fiscale maatregelen genomen die een rechtstreekse impact op uw privé-vermogen kunnen hebben. Die maatregelen hebben met elkaar gemeen dat ze alle in vele gevallen een belastingverlagend (!) effect hebben. U krijgt hier mogelijk mee te maken, indien uw vermogen internationaal georiënteerd is en/of indien u investeert in onroerende goederen.

Samengevat

  • Taxatie buitenlandse onroerende goederen
  • Uitgebreidere verrekening van buitenlandse successierechten
  • Daling verkooprecht voor de enige en eigen woning in het Vlaams Gewest
Fiscaliteit in 2022: drie belangrijke aspecten
Fiscaliteit in 2022: drie belangrijke aspecten

1. Taxatie buitenlandse onroerende goederen

Reeds jaar en dag bestaat in de aangifte personenbelasting de verplichting om aangifte te doen van de onroerende goederen waarvan men vruchtgebruiker of volle eigenaar is. In de hypothese dat het een tweede verblijf betreft dat niet of uitsluitend voor privé-gebruik verhuurd wordt, moet de zgn. “brutohuur(waarde)” opgegeven worden, weliswaar na aftrek van de buitenlandse belasting die op dat onroerend goed geheven is.

Ingevolge een dubbele veroordeling door het Europees Hof van Justitie – er bestond immers een ongerechtvaardigd onderscheid tussen de taxatie van Belgische vs. buitenlandse onroerende goederen ! – was België genoodzaakt deze regeling zo snel mogelijk aan te passen.

Vanaf aanslagjaar 2022 (= kalenderjaar 2021) is het daarom niet langer de brutohuur(waarde) die moet aangegeven worden, maar wel het (aan dit buitenlandse onroerend goed nog toe te kennen) kadastraal inkomen, vastgesteld naar Belgische maatstaven. Bovendien vervalt de aftrekbaarheid van voornoemde buitenlandse belasting.

De wetgever heeft verschillende berekeningsmethoden voorzien om het kadastraal inkomen van een buitenlands onroerend goed te bekomen. In de praktijk zal de meest voorkomende methode de volgende worden: “actuele verkoopwaarde : 15,018 (coëff. 2021) x 5,3%”.

Natuurlijke personen die reeds vóór 2021 eigenaar waren van een aangegeven buitenlands onroerend goed dat ze nog steeds bezitten, moeten hiervan uiterlijk 31 december 2021 aangifte doen. Zij zullen ook door de Belgisch fiscus gecontacteerd worden m.o.o. het bepalen van het kadastraal inkomen.

Degenen die hun buitenlands onroerend goed hetzij verworven, hetzij vervreemd hebben in 2021 moeten hiervan binnen de vier maanden spontaan aangifte doen. Die ‘verwerving’ hoeft niet noodzakelijk ten bezwarende titel te zijn: deze aangifteplicht geldt immers evenzeer t.a.v. een ontvangen nalatenschap of schenking, in de mate ze buitenlands onroerend goed omvat.

2. Uitgebreidere verrekening van buitenlandse successierechten

Een andere wetsbepaling handelt over de mogelijkheid tot verrekening van buitenlandse successierechten met Belgische successierechten, in geval van overlijden van een Belgisch rijksinwoner. De Belgische successieaangifte dient immers het wereldwijd vermogen te bevatten.

De wet voorziet enkel in de verrekening, voor zover het buitenlandse successierechten betreft die betrekking hebben op in het buitenland gelegen onroerend goed van de overledene (bvb. de Spaanse successierechten op zijn/haar buitenverblijf in Spanje).

Het Grondwettelijk Hof heeft in 2021 geoordeeld dat deze wet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

In afwachting van een wetswijziging hebben Vlabel (voor het Vlaams Gewest) en de federale overheid (voor het Brussels Hoofdstedelijk en het Waals Gewest) laten verstaan dat de verrekeningmogelijkheid ook zal openstaan voor buitenlandse successierechten, betaald op in het buitenland gelegen roerende goederen (bvb. Spaanse successierechten op een in Spanje aangehouden rekening).

3. Daling verkooprecht voor de enige en eigen woning in het Vlaams Gewest

Vanaf 2022 zal het verkooprecht (“de registratierechten”) bij de aankoop van de enige en eigen woning dalen van 6% naar 3%. Dit is een volgende stap in de evolutie die al sinds enkele jaren aan de gang is.

Deze belastingverlaging gaat gepaard met enkele flankerende maatregelen:

a) Het verkooprecht voor tweede woningen, bouwgronden, … stijgt van 10% naar 12%.

b) Het stelsel van de zgn. “meeneembaarheid” – waarbij een rugzakje aan eerder betaalde registratierechten/verkooprecht kon verrekend worden met het te betalen verkooprecht bij een nieuwe aankoop – wordt afgeschaft m.i.v. 1 januari 2024.

Tot zolang hebben kopers van een enige en eigen woning de keuze: ofwel betalen ze 3% zonder nog van de meeneembaarheid te kunnen genieten, ofwel betalen ze 6% en behouden ze de toepassing van de meeneembaarheid. Het zal voor eenieder in die situatie een rekenoefening worden …


Dirk Denies
Senior Wealth Planner

Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.