5 min

Burgerlijke maatschappen en VLABEL

De Vlaamse belastingdienst (VLABEL) lijkt de aanval ingezet te hebben tegen bepaalde vormen van successieplanning via burgerlijke maatschappen.
Burgerlijke maatschappen en VLABEL
Burgerlijke maatschappen en VLABEL

De Vlaamse belastingdienst (VLABEL) – t.a.v. inwoners van het Vlaamse Gewest onder meer bevoegd voor schenk- en successiebelasting – lijkt de aanval ingezet te hebben tegen bepaalde vormen van successieplanning via burgerlijke maatschappen. Niet alleen was er een voorafgaande beslissing (‘ruling’) in een weliswaar zeer specifieke zaak, die veel stof deed opwaaien, bovendien maakte VLABEL zeer recent een algemeen ‘standpunt’ bekend waarin zij haar visie vastlegt voor de hypothese waarin de deelbewijzen van de burgerlijke maatschap in vruchtgebruik/blote eigendom worden aangehouden. Een standpunt met verregaande gevolgen.

Zonder al te zeer in detail te treden, wordt hierna de praktische impact van de ruling en het standpunt kort toegelicht.

De ruling: een donderslag bij heldere hemel …

Zoals gezegd, ging het om een zéér specifieke casus (en toch ook weer niet): de ouders, beiden veertigers (!), wensen middels inbreng van hun effectenportefeuille een burgerlijke maatschap op te richten met hun minderjarige kinderen (beiden jonger dan 10 jaar). Het idee is om de deelbewijzen voor de Nederlandse notaris te schenken (met andere woorden: geen schenkbelasting, maar wel overlevingsvereiste van drie jaar), om de maatschap te laten ophouden te bestaan bij het overlijden van de langstlevende ouder, om de ouders als statutaire zaakvoerder te benoemen met de meest uitgebreide bevoegdheden en om in een jaarlijkse last/lijfrente van 3% te voorzien.

VLABEL weigert hiervoor een positieve ruling af te leveren, om wille van de volgende redenen:

  • er is door VLABEL al langer een aanval ingezet tegen schenkingen voor Nederlandse notaris.
  • de duurtijd van de maatschap hangt samen met het overlijden van de (langstlevende) schenker. VLABEL oordeelt dat dit een schenking ‘onder opschortende voorwaarde van overlijden van de schenker is’ en past daarop een fiscale fictiebepaling toe die dan toelaat een dergelijke schenking alsnog in de successie te laten vallen en alsnog aan erfbelasting te onderwerpen, zelfs na voornoemde drie jaar.
  • op grond van de zeer uitgebreide en exclusieve bevoegdheden van de zaakvoerder/schenker oordeelt VLABEL dat er in feite nooit de bedoeling is geweest om te schenken (versta: om de beschikkingsbevoegdheid van de geschonken goederen af te staan). De kwalificatie ‘schenking’ wordt door VLABEL met andere woorden niet weerhouden.
  • door de levensverwachting van de ouders op het moment van de schenking (in casu: ca. 40 jaar) riskeert de opgelegde lijfrente (3%) er finaal toe te leiden dat 120% (= 40 x 3%) van het geschonken vermogen terugkeert naar de schenker. VLABEL oordeelt dat het in een dergelijk geval niet meer om een ‘schenking’ gaat, maar wel om een ‘overdracht ten bezwarende titel’ waardoor een (andere) fiscale fictiebepaling toelaat een en ander met successierechten te belasten.

Ondanks eerdere toezeggingen heeft VLABEL voormelde argumenten nog niet in een algemeen ‘standpunt’ gegoten. Desalniettemin kan verwacht worden dat een en ander in de praktijk als volgt zal “geremedieerd” worden:

  • Loskoppeling duurtijd maatschap – overlijden van langstlevende schenker. Een stilzwijgend hernieuwbare vaste termijn (bijvoorbeeld 5, 10, … jaar) zal vermoedelijk de standaard worden.
  • Afzwakking van de al te exclusieve bestuursbevoegdheid, zodat voor bepaalde handelingen ook het akkoord van de begiftigden vereist wordt.
  • Rekening houden met levensverwachting schenker(s) bij het vastleggen van de last/lijfrente.

Het standpunt: het onweer barst los …

Eens een burgerlijke maatschap is opgericht, worden de deelbewijzen geschonken. De twee meest gangbare varianten zijn

(1) een schenking in volle eigendom, al dan niet met last/lijfrente en

(2) een schenking in blote eigendom met voorbehoud van vruchtgebruik.

Met betrekking tot de tweede variant, waarbij in het vakjargon sprake is van een “gesplitste inschrijving” van de deelbewijzen, heeft VLABEL nu een algemeen geldende richtlijn bekend gemaakt inzake de fiscale behandeling van dergelijke burgerlijke maatschappen bij overlijden van de vruchtgebruiker.

Het standpunt zal in werking treden vanaf 1 juni 2017. Hoewel dit in eerste instantie vooral lijkt te spelen voor nieuwe burgerlijke maatschappen, is er ook een substantiële impact voor reeds bestaande burgerlijke maatschappen.

Kort samengevat, stelt het VLABEL-standpunt het volgende:

  • Schenkingen van deelbewijzen in blote eigendom met voorbehoud van vruchtgebruik ná 1 juni 2017 zullen moeten geregistreerd worden en aan schenkbelasting onderworpen worden. Bij gebreke hieraan, zal het ingebrachte (en geschonken) vermogen bij overlijden van de schenker/vruchtgebruiker alsnog in zijn nalatenschap vallen en aan erfbelasting onderhevig zijn. Een zoveelste aanwijzing dat schenkingen voor Nederlandse notaris een doorn in het oog van VLABEL zijn.
  • Nog veel belangrijker is dat VLABEL zich uitspreekt over de situatie waarin de door de burgerlijke maatschap na 1 juni 2017 ontvangen inkomsten uit een effectenportefeuille (met name dividenden en intresten) niet worden uitgekeerd aan de vruchtgebruiker, maar in de effectenportefeuille behouden blijven. Gelijkaardige schenkingen van deelbewijzen vóór 1 juni 2017 blijven buiten schot.
    Dergelijke niet-uitgekeerde vruchten worden geacht nieuwe “gesplitste inschrijvingen” te zijn. Op basis van een in 2016 gepubliceerd standpunt worden dergelijke gesplitste inschrijvingen van effecten geacht schenkingen te zijn (tenzij een en ander geregistreerd werd) en vallen ze bij overlijden van de vruchtgebruiker in zijn nalatenschap, met betaling van successierechten tot gevolg.

In de praktijk zal dit in hoofde van de vruchtgebruikers ons inziens tot volgende overwegingen leiden.

OFWEL wenst de vruchtgebruiker zijn recht op toekomstige vruchten te behouden. In dat geval ‘vereist’ het VLABEL-standpunt de effectieve uitkering/overschrijving van die vruchten naar een rekening van de vruchtgebruiker. Het belang van een gedegen redactie van de notulen van de jaarlijkse algemene vergadering van de burgerlijk maatschap, die tot jaarlijkse uitkering van alle vruchten beslist, kan niet genoeg benadrukt worden.

OFWEL heeft de vruchtgebruiker geen nood aan toekomstige vruchten en kan hij overwegen afstand te doen van zijn vruchtgebruik. Als destijds de schenking van de blote eigendom geregistreerd werd, zal de schenkbelasting berekend zijn op de waarde van de volle eigendom, waardoor een afstand van vruchtgebruik nu belastingvrij zal kunnen geschieden. In het andere geval zal de afstand van vruchtgebruik in principe schenkbelasting verschuldigd maken op de waarde van het vruchtgebruik.

Dirk Denies
Tax manager - Estate Planner
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit artikel.